Buurtvergroeners: dagboek van een buitengebied guerrilla tuinier. deel 2

Karin woont in het buitengebied en is benieuwd hoe ze dan kan guerrilla gardenen. In haar vorige blog kwam ze erachter dat dat ‘buiten’ toch iets anders gaat dan in een woonwijk. In deze aflevering gaat ze op zoek naar een alternatief.


Het blijft toch kriebelen.

Wij wonen aan een doorgaande vaart en ze zijn aan de overkant bezig met het ophogen van de dijk. Nu is ‘dijk’ een relatief begrip, want bij ons achter is-ie nauwelijks een halve meter hoger dan de kant, maar toch. 

Zou het niet leuk zijn als we daar straks tegen een zee van bloemen aankijken?
N.a.v. mijn vorige blog adviseerde ik lezeres Annette om contact op te nemen met de gemeente. Ik moest mijn eigen raad maar eens gaan opvolgen, dus ik bel. 

Een vriendelijke dame vindt het leuk dat ik me wil inzetten voor de natuur en zegt dat ik best wat bloemen mag zaaien in de bermen langs de weg en aan de overkant van het water, maar wel alleen als ik dat verantwoord doe. Dus met bloemenmengsels ‘van hier’ en biologisch. Oké. Ik moet dus zien te achterhalen welke planten hier van nature in de omgeving thuishoren. 

Vervolgens begint ze over het maaibeleid. Dat ik wel moet opletten, want dat er hier nog geklepeld wordt (nooit van gehoord) en dat het zo jammer is van al mijn werk (en mijn centjes) als er dan niets opkomt. Als ik zeg dat ik geen idee heb waar ze het over heeft, krijg ik uitvoerig en geduldig uitleg. Wat een verademing, zo’n lieve gemeentemevrouw. Ze adviseert me nog contact op te nemen met iemand in het dorp verderop, van wie ze weet dat die ook bezig is met buurtvergroening, maar ik heb voor nu wel even stof tot nadenken genoeg. 

Klepelen (voor wie dat ook niet weet) is dat met zo’n groot draaiend maaimes aan een trekker alles tot op de grond wordt afgehakt zal ik maar zeggen. Niet erg subtiel en al helemaal niet goed voor de beestjes. Want niet alleen het gras wordt vermorzeld, ook de insecten, hun larven en hun eitjes. 

Om zaadjes tot bloei te kunnen laten komen, moet grasland ‘verschraald’ worden. Dat houdt o.a. in dat je weinig maait én het maaisel niet laat liggen, want dan wordt het weer extra voeding. Dat is trouwens óók handig om te weten als je in je buurt bloemenweitjes wilt creëren! Informeer bij je gemeente naar het maaibeleid en zet het desnoods af met lint en bordjes. Maai-mensen worden vaak ingehuurd en kijken niet zo nauw.

Oh en daarom doen die zaadmengsels het natuurlijk ook zo goed in boomspiegels! Dat is tenslotte al ‘arme’ grond, realiseer ik me nu. 😉

Nu dan, actie! Toevallig is er vorige week gemaaid, nou ja geklepeld, dus als ik met de grashark aan weerszijden van onze huizen de berm ontdoe van het maaisel, kan ik zaad strooien. Dat zijn wat bredere plekken, dus dat geeft meteen een ‘bloemenweide’ gevoel. ‘Rommelstukjes’ noemde Jenny ze, plekken die geen directe natuur zijn en die je meer als tuin zou kunnen beheren. Zoals boeren voorheen hadden en die ook ontzettend goed waren voor biodiversiteit. 

Of uhhhm… kan dat eigenlijk nog wel? Het is tenslotte al eind juni en zaaien doe je toch in het voorjaar? Even Googlen leert me dat er nog volop bloemen zijn die nu in de volle grond gezaaid kunnen worden. Bijenbrood, goudsbloem, cosmea, korenbloem, slaapmutsje, komkommerkruid, aster, zonnebloem… om er maar een paar te noemen. Dus: uitzoeken welke geen kwaad kunnen! 


Maar ja, hoe doe je dat? 

Karin.


In het volgende deel van haar dagboek lees je welke antwoorden Karin heeft gevonden en of het haar is gelukt de juiste bloemen te vinden.


Welke vraag heb jij aan Karin? Of welke tip wil je haar meegeven? 

Laat je reactie achter in de comments!

]]>

Wij versturen met: verzendmethoden
Betaalwijzen: betaalmethoden