PlantProfiel: Bosrank

“Me Tarzan, you Jane?” Altijd al aan je eigen liaan door je geveltuin willen slingeren? Plant dan snel de bosrank aan!

Bosrank
Clematis vitalba

  • Bloeitijd van juni tot augustus
  • Hoogte tot waar je hem snoeit; anders blijft hij doorgroeien
  • Inheems
  • Bladverliezend; in de winter blijft alleen de houtige liaan zichtbaar
  • Witgroene tot roomwitte geurende bloemen
  • Zeer decoratieve en fotogenieke zaadpluizen die de hele winter aan de plant blijven
  • Doet het zowel goed in de zon als in de halfschaduw

Plant

Onze enige inheems clematis kan als hij zich thuis voelt lianen maken tot zes centimeter dik en dertig meter lang. Wees niet bang, zo snel gaat dat niet in een geveltuin, en je kunt ‘m prima terugsnoeien. Maar een snelle groeier is hij wel. De bosrank grijpt alles aan om zich letterlijk omhoog te werken. Daarom is hij voor een boomspiegel minder geschikt. Zijn bijnaam “heggenwurger” kan hij zeker waarmaken.

Nederland is het noordelijkste groeigebied van de bosrank. Deze plant is een kalkindicator. Dit betekent dat je er zeker van kunt zijn dat er kalk in de grond zit als je de bosrank ziet. Zoals in Zuid-Limburg, de kuststrook onder Bergen aan Zee, langs de grote rivieren en in zeekleigebieden, zoals de Groningse en Friese Waddenkust. Daar groeit de bosrank van nature. Ook is hij aan een grote opmars bezig in Flevoland, met name in de stadsparken rond Almere en Lelystad. Door de voedselrijke grond groeit hij daar zo snel, dat er een hele jungle kan ontstaan.

De bosrank loopt in het voorjaar uit met frisgroene, gevederde bladeren die in de zomer donkerder groen kleuren. De plant bloeit van juni tot augustus met tamelijk grote, witgroene tot roomwitte bloemen. Deze geuren en staan in pluimen bij elkaar. Ze zijn kleiner en minder opvallend dan je van de gekweekte clematissen met hun felle bloemkleuren gewend bent, maar niet minder mooi. Een sierclematis bloeit meestal in het vroege voorjaar en is net uitgebloeid als de bosrank in knop schiet. Ze zitten elkaar in je geveltuin dus niet in de weg.

Na de bloei vormt de bosrank zaadpluimen die in Engeland “oude mannen baard” worden genoemd, vanwege hun vlassige, doorschijnende uiterlijk. Deze blijven de hele winter aan de plant en zijn zeer decoratief.

Pluspunten bosrank

De bosrank is als inheemse clematis een belangrijke insectenplant. Vooral hommels en wilde (groef)bijen zorgen voor bestuiving als ze stuifmeel komen halen uit de bloemen. De bosrank bevat geen nectar. De zaden worden verspreid door de wind en ook doordat ze zich hechten aan vogels die de zaden eten. De zaden van de bosrank staan op het menu van (goud)vinken en putters, maar als bijvoeding. Hierdoor blijven er genoeg zaden over om de hele winter van het uitzicht te genieten. Vogels nestelen graag in de bosrank vanwege zijn dichte begroeiing.

Praktijk bosrank

De bosrank kun je als plant aanschaffen bij kwekers van inheemse planten. Je kunt hem ook zaaien, maar dat is niet gemakkelijk, omdat de plant een koudekiemer is. Dit betekent dat er over een langere periode een temperatuur rond het vriespunt nodig is om het zaad te laten ontkiemen. Die winterse perioden zijn schaars geworden in ons klimaat de laatste jaren. 

Als je een groeiplaats weet, kun je in het voorjaar wat uitlopers afknippen en bij de knooppunten in kalkrijke tuinaarde opkweken, want de bosrank heeft dus kalk nodig om tot groei en bloei te kunnen komen. Als je niet op kalkgrond woont, kun je deze in je geveltuin gemakkelijk nabootsen door fijngemalen eierschalen toe te voegen aan de plek waar je de bosrank plant, of door biologische kalkkorrels (geen witkalk!) in een tuincentrum te kopen.

Is de standplaats op orde, dan is de bosrank een plant waar je niet meer naar om hoeft te kijken, behalve om hem af en toe in te tomen. Dat snoeien kun je het beste doen in het vroege voorjaar, net voordat hij gaat uitlopen. Anders mis je in de herfst en winter het mooiste moment: de bedauwde of berijpte zilverwitte, behaarde zaden als pruiken wuivend in zacht licht.

Een gouden tip is om de bosrank toe te passen als begroeier van een groendak. Bijvoorbeeld op daken die niet stevig genoeg zijn om de populaire sedumdaken te kunnen dragen. Deze kunnen, doordat ze regenwater vasthouden, teveel wegen voor daken van met name woningen die vóór 1945 zijn gebouwd. De bosrank is een snelle groeier, die een dak geheel bedekt en relatief weinig weegt. Doordat de zaden de hele winter aan de plant blijven, geeft de bosrank het dak in de winter toch een groen aanzien.

Wil je een echt wintergroen dak, dan kun je de bosrank eventueel combineren met klimop. Het voordeel is dat de weinig opzienbarende bloei van de klimop wordt geaccentueerd door de bosrank. Zijn roomwitte bloemen zijn in het donkergroen van de klimopbladeren extra opvallend. Wees je er wel van bewust dat klimop zich hecht aan de ondergrond. Dit is op de duur niet altijd goed voor je dak. Bosrank hecht zich niet. Als hulpmiddel om zich omheen te slingeren is bijvoorbeeld een regenpijp geschikt of een plantenklimrek tegen de muur van je geveltuin.

Een klein minpunt: In het zuiden van het land en het oostelijke rivierengebied is een variant van de bosrank in opkomst die een giftige stof bevat. Als het sap van deze variant bij kneuzing van de bladeren in aanraking komt met je huid, kan dit blaren veroorzaken. Bedelaars probeerden in vroeger tijden extra medelijden op te wekken met deze blaren door zich in te smeren met het sap. Daarom wordt de bosrank ook wel “bedelaarsplant” genoemd.

Dus alleen “Me Tarzan, you Jane” spelen in de wintermaanden, als het blad gevallen is en de lianen goed zichtbaar zijn.

Door Jojo.

Heb je een vraag of een reactie? We horen het graag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Wij versturen met: verzendmethoden
Betaalwijzen: betaalmethoden