De do’s en don’ts van Guerrilla Gardening door de stadsecoloog

De do’s en don’ts van Guerrilla Gardening door de stadsecoloog

De biodiversiteit staat zwaar onder druk. Het bijna-niet-te-geloven aantal van 1 miljoen planten- en diersoorten is bedreigd met uitsterven. Gelukkig kunnen we ons steentje bijdragen, juist ook in stad of dorp. Guerrilla Gardenen jij ook met liefde voor biodiversiteit? De stadsecoloog van Utrecht, Floris Brekelmans geeft ons aandachtpunten mee. 

Doen

  • Gebruik inheemse soorten. Als je aan de slag gaat voor biodiversiteit gebruik dan bij voorkeur soorten die van nature hier voorkomen. Deze dragen het meeste bij. Kijk ook vooral naar wat er voor dieren op je planten komt. Daar kun je van leren. Met name – komen er naast honingbij en hommels ook andere soorten op af? Ga kijken en maak foto’s en leer zo hoe je inspanning bijdraagt aan biodiversiteit.
  • Focus dichtbij: zo vind je plekken die we normaal niet zouden vinden. Je kent je eigen straat het beste.
  • Vertel je verhaal! Waarom ben je aan het Guerrilla Gardenen en wat zit er achter? Neem vooral kinderen erin mee. Zij zijn de natuurbeschermers van de toekomst. Ook bij planten en dieren geldt ‘onbekend maakt onbemind’.
  • Probeer er achter te komen wat de huidige waarde is voor flora en fauna van de plek die je wilt veranderen. Is een plek op het oog niet zo biodivers? Dat klopt vaak, maar soms is er verrassend veel biodiversiteit. Je ontdekt het door te kijken wat er is, ga letterlijk op je knieën en kijk. In bijvoorbeeld plantsoenen kunnen hele kolonies aan bijen voorkomen. De grijze zandbij kan op zo’n plek honderden holletjes hebben terwijl je op eerste gezicht denkt dat zo’n plek geen waarde heeft.
  • Zorg ook voor rommelplekjes, Bijvoorbeeld boomstammetjes, een stapel kapotte dakpannen en bladerhopen. Daar barst het vaak van het leven!
  • Je eigen tuin draagt bij aan biodiversiteit. De tuinen met een mix van verwildering en beheer hebben de grootste biodiversiteit. Als je je tuin laat verwilderen worden maar een paar soorten dominant. Dat doet niet zoveel voor biodiversiteit. Als je aanstuurt op een mix van planten en ook qua structuren (hoog, laag, boom, struik, gras) dan krijg je de meeste diversiteit in je tuin.
  • Boomspiegels zijn een goede plek om te vergroenen. Ze zijn vaak relatief kaal, vaak een plek om de hond te laten poepen en plassen. Dit soort plekken zijn waardevoller als ze begroeid zijn. Besef wel dat zo’n boomspiegel een lastige plek is voor planten. De grond onder de boom is vaak droog. De boom onttrekt veel voedingsstoffen en water. Ook is er vaak veel schaduw. Planten zullen het eerste jaar wel groeien, daarna wordt het lastig. Dus kies planten die kunnen groeien in dit soort omstandigheden! (Meer lezen over boomspiegeltuinieren.)
  • Betrek de buurt! Neem je buurt mee in de plannen. Ga ze bijpraten. Leg uit waarom je iets doet. Als je in de buurt het groen anders gaat beheren zonder uitleg krijg je weerstand. Wees ook realistisch in wat je vertelt: leg uit dat het een paar jaar duurt voordat het eindbeeld bereikt wordt. Zorg voor een paar ambassadeurs in de buurt die het verhaal kunnen vertellen.
  • Onderhoud je Guerrilla tuin. Maai er bijvoorbeeld een wandelpaadje of struinpaadje om uit. Zet een bankje neer. Ruim regelmatig het zwerfvuil weg.
  • Betrek de gemeente. De gemeente heeft vaak een beeld hoe zij het groen voor ogen heeft. Het is beter dat je elkaar informeert dan dat je elkaar tegenwerkt.
Onderhoud van een guerrilla tuin in de buurt van Amstel.

Niet doen

  • Wees terughoudend met inzaaien van braakliggende terreinen. Dit zijn de enige plekken in de stad waar natuurlijke processen ongestoord hun gang kunnen gaan. Ingrijpen levert vaak niet meer biodiversiteit op.
  • Ga niet in het buitengebied aan de slag! Guerrilla Garden in je directe leefomgeving. De laatste jaren zijn in het buitengebied veel mengsels van bloemen ingezaaid die niet passen in het gebied. We noemen deze ook wel carnavalsmengsels. Ze doen vaak meer schade dan goeds.
  • Begin niet te ingewikkeld. Het is zonde als je afknapt op Guerrilla Gardening doordat het niet lukt. Kijk eerst naar welke kansrijke plekken er in de buurt zijn. Het makkelijkst is het om straattegels te verwijderen. Maak een geveltuintje. Dit is ook vrij droog (bakstenen trekken water weg), maar met het verbeteren van de bodem is veel te bereiken.
  • Zie bloembollen niet als de oplossing voor meer biodiversiteit. Ze bloeien vaak maar kort en geven dus kort nectar. Bloembollen hebben vaak wel een functie voor het mooier maken van een berm. Daarnaast is er nog een ander neveneffect: op plekken met bloembollen wordt het gras later gemaaid. Op zulke plekken wordt het gras langer en heb je snel een rijkdom aan planten en daarmee bijtjes.
  • Ga niet rommelen op plekken die voor biodiversiteit waardevol zijn. Bomenlanen waaronder gras groeit daar kunnen bijvoorbeeld veel paddenstoelen voorkomen. Als je hierin gaat tuinieren dan verliest het die kwaliteit.
    Wil je weten wat er in je buurt voorkomt, kijk dan op wildebijen.nl of op waarneming.nl. Let op dat niet alles dat je op internet leest klopt. Wil je zelf weten wat bij jou in de buurt goede soorten zijn? Neem contact op met de stadsecoloog of de lokale IVN of het KNNV.
Lekker in je eigen buurt. De geveltuin van Casper, Amsterdam.

Wil je meer lezen over Guerrilla Gardening en biodiversiteit?

  • Een interview met Floris Brekelmans verscheen al eerder op onze site. Lees hier het blog.
  • Dit zijn de tips van Floris voor inheemse planten om mee te guerrilla gardenen. Bekijk de tips.