Guerrilla Gardenen door de ogen van de stadsecoloog

Guerrilla Gardenen door de ogen van de stadsecoloog

Stadsecoloog Floris Brekelmans vindt Guerrilla Gardening „een fantastische manier om mensen te betrekken bij het vergroenen van hun leefomgeving.“ Wel heeft hij een paar aandachtspunten voor Guerrilla Gardeners die aan de slag willen voor biodiversiteit. Zo ziet hij het liefst dat de Guerrilla Gardeners braakliggende terreinen met rust laten zodat deze gebieden kunnen verwilderen. „Ik ben fan van braakliggende terreinen.“

Floris Brekelmans, stadsecoloog Utrecht
Floris Brekelmans

De meeste grote steden hebben tegenwoordig een of meerdere stadsecologen. Floris is een van de drie stadsecologen van Utrecht. Op een sombere namiddag begin december staat hij de Guerrilla Gardeners uitgebreid te woord. Hij heeft weinig tijd, maar is enthousiast en heeft veel te vertellen waardoor het toch een uitgebreid gesprek wordt.

Als stadsecoloog heeft Floris een belangrijke rol in het bepalen van het groenbeleid en het opzetten van beheer voor de stad Utrecht. „Alles doen we vanuit de motivatie om te zorgen voor meer biodiversiteit in de stad. We willen dat de stad een plaats is waar ‘rood’ (wonen) en ‘groen’ met elkaar in balans is. Als mens profiteren we van de goede kanten van groen en biodiversiteit: het zorgt voor gezond stedelijk leven.“ Floris constateert ook dat er onder stadsbewoners steeds meer behoefte is aan groen. Bewoners vragen de stad om meer en beter groen.

Nieuwe plekken voor groen

Steden zijn steeds belangrijker voor de biodiversiteit. Floris: “Inmiddels woont meer dan de helft van de aardbewoners in stedelijk gebied. De interactie tussen mens en natuur – belangrijk voor het draagvlak voor natuurbescherming – vindt dus ook steeds meer in de stad plaats. Gelukkig zijn veel steden rijk aan biodiversiteit en springen ze er wat soortenrijkdom betreft soms uit boven het buitengebied” “

Een grote uitdaging voor Utrecht is de enorme groei van de stad. Floris: „Er komen steeds meer mensen, dus je moet steeds beter kijken hoe je het groen kunt inrichten.“ De groei van de stad betekent dat Utrecht steeds moet zoeken naar nieuwe oplossingen om groen te behouden of te laten toenemen.
Nieuwe mogelijkheden zijn bijvoorbeeld groen op daken. De ‘traditionele’ sedumdaken voldoen niet per sé. „Met een ander type groendak kun je meer bereiken. Bruine daken waarbij je start met grind en zand. En daarna laat je de successie (de natuurlijke opvolging van soorten, red) zijn gang gaan: je laat de planten groeien die er zich natuurlijk vestigen.”

Utrecht kijkt ook naar het toevoegen van groen op een heel vernieuwende wijze. Dit is te zien in het plan voor torenflats bij de jaarbeurs. Op deze flats ‘Wonderwoods’ moeten bomen gaan groeien. De bomen zijn inheemse soorten van de Utrechtse Heuvelrug.

Tegels weghalen

Wat kunnen mensen nu zelf doen? Floris is positief over Guerrilla Gardening: „Het betrekt mensen bij het groen. We weten dat groen veel goeds doet voor mensen, dus dat is positief. Het brengt je ook in contact met je buren. Je bent op straat bezig, mensen komen je iets vragen, je maakt een praatje.“

Guerrilla gardenen met oog voor biodiversiteit betekent vooral werken met planten die van nature hier voorkomen. De paardebloem is bijvoorbeeld een belangrijke plant die voedsel levert voor bijen (een drachtplant). En deze plant bloeit ook nog eens lang.
Er zijn nog veel meer soorten die waardevol zijn voor wilde bijen en andere insecten. De tips van Floris voor deze inheemse soorten zijn hier te vinden.

Het aanplanten van inheemse soorten begint in de eigen tuin en in de eigen leefomgeving, in de eigen straat en wijk. „Focus zo dichtbij mogelijk: zo vind je plekken die we normaal niet zouden vinden. Je kent je eigen straat het beste.“ 

Je kunt helemaal dicht bij huis beginnen met het weghalen van tegels voor het huis. Floris ziet dat iedereen samen zo een grote impact kan hebben. „Als je dit gaat becijferen dan kom je aan zo’n 1 tot 2 m2 extra groen per woning, als een woning gemiddeld 5 meter breed is. Dit zet behoorlijk zoden aan de dijk. En naast groen heb je zo ook extra waterberging. Het water gaat direct de grond in.“

Een boomtuin in Utrecht

Braakliggende terreinen

Met stip het belangrijkste punt dat Floris voor de Guerrilla Gardeners heeft is om braakliggende terreinen met rust te laten. „Voor het meeste groen in de stad sturen we met beheer. Zo’n braakliggend terrein is de enige plek waar de natuur z’n gang kan gaan. Als je het maar lang genoeg zijn gang laat gaan krijg je een bos.“

Het eerste jaar is zo’n plek op het oog kaal. Maar er spelen zich veel processen af. Schimmels en bacteriën doen hun ondergrondse werk. De eerste zaadjes gaan al kiemen. „Op het moment dat de sloopkogel en graafmachines van terrein af zijn dan gaat de natuur al zijn gang. De eerste jaren zal het nog tamelijk zandig ogen, daarna zal de diversiteit explosief toenemen.“

Floris ziet nog een ander voordeel van braakliggende terreinen: „Voor kinderen is een braakliggend terrein het vetste terrein dat er is. Het is een plek waar ze in contact komen met echte stadsnatuur. Het aantal soorten bijen of vlinders is hier groter dan bij standaardbeheer. Deze terreinen voegen echt wat toe. Ik ben fan van braakliggende terreinen.“

We zijn benieuwd wat je van dit artikel vindt. Helpt het je bij je eigen guerrilla tuinen? Heb je een andere invalshoek die je mist?

We horen het graag! Laat een reactie achter onder dit artikel.

Een bijenhotel maken

Een bijenhotel maken

Maak je eigen bijenhotel – het is veel makkelijker dan je denkt. En… superleuk als activiteit met de buurt!

Bijenhotel in een winkel

Onze gevleugelde vrienden kunnen wel wat hulp gebruiken. Van de 350 soorten wilde bijen is bijna de helft bedreigd. Hoe kunnen we ze helpen: met eten (bloemen!) en met onderdak.

De laatste jaren zie je ze op allerlei plekken te koop. ‘Bijenhotels’. Dat zijn vaak kleine – of grote – ‘huisjes’ met daarin allerlei gaatjes, bijvoorbeeld rietstengels en in hout geboorde gaatjes. Het mooie is dat blijkt dat de beestjes er ook dankbaar gebruik van maken.

Het zelf maken van een bijenhotel is heel simpel. In deze post nemen we je mee in het wat en hoe.

  • De spullen die je nodig hebt
  • Het bouwplan
  • Aan de slag!
  • Waar het beste je hotel op te hangen

De spullen die je nodig hebt

Mogelijke vulling.

Voor een makkelijk te maken bijenhotel heb je nodig:

  • een aantal smalle planken, zo’n 15 cm breed;
  • spijkers;
  • gaas;
  • kniptang om het gaas te knippen;
  • krammetjes of een tagger (om het gaas vast te maken);
  • zaag;
  • holle buisjes als vulling. Bijvoorbeeld bamboe of riet. Maar ook brandnetel kan.
  • overige vulling, denk aan hooi, houten schaafkrullen of zaagsel of dennenappels

Het bouwplan

Uiteindelijk wil je van je plankjes iets maken wat lijkt op de foto.

Zo komt je hotel er – ongeveer uit te zien als alles is getimmerd.
  • Het plankje links op de foto is de bovenkant van het bijenhotel. Dit dekt de zijkanten af. Nog beter zou het zijn als je dit plankje aan de voorkant iets laat uitsteken, als beschutting tegen regen.
  • De plank aan de achterkant steekt wat naar boven uit zodat je hier een gaatje in kunt boren voor het ophangen. Dat hoeft niet zo, je kunt er ook voor kiezen het plankje niet te laten uitsteken en met een haakje je hotel ophangen.
  • Het plankje in het midden maakt een ‘etage’ zodat je diverse soorten vulling in je hotel kunt stoppen.

Om het hotel op de foto te maken moet je uit het hout zagen:

  • 2 zijkanten die even lang zijn
  • 1 achterkant die iets hoger uit zal steken dan de zijkanten
  • 1 bovenkant, dit is even diep als de breedte van je hout – of iets dieper zodat je een ‘afdakje’ maakt.
  • 2 stukken die net iets smaller zijn, als tussenplankje en voor de onderkant.

Aan de slag!

1. a.
1. b.

1.
Maak van je vier plankjes een omlijsting. Spijker deze vast.
Als het hout lijkt te splijten kun je eerst met de kop van de spijker een putje maken in het hout.

2.

2.
Stop je tussenplankje in het bouwwerkje. Dat kan zoals op de foto, met een groef aan beide kanten. Maar het kan ook makkelijker zoals op de foto bij ‘het bouwplan’ door het plankje te klemmen tussen de zijkanten.

3.
Maak de achterkant vast (niet op een foto)

4. Vullen!

4.
Vul het huisje. Let op dat je holle buisjes niet rafelig afzaagt of knipt. Dan kunnen bijenvleugels beschadigen. In tegenstelling tot wat je op de foto ziet kunnen de buisjes het beste niet helemaal tot de voorkant lopen, zo zijn ze wat beschermd tegen regen.

5. Gaas op het hotel.

5.
Knip het gaas in het formaat van de voorkant van het hotel en bevestig het.

Waar het beste je hotel op te hangen

Waar zou je zelf het liefste zitten? Dezelfde plek als waar bijen graag zijn. Een zonnige plek, wat beschut voor regen en de wind.

Er omheen plant je planten waar bijen van houden. Een lijst van planten vind je bijvoorbeeld hier.

In onze winkel vind je bloembollen en zaden waar bijen van houden. Deze zijn ook in het najaar te planten.

Zoveel bijenhotels na een paar uur klussen met de buurt 🙂

Dit is een van de vele bouwplannen voor een klein bijenhotel.

Heb je zelf een ander bouwplan wat fijn werkt? Leuk als je het met ons deelt!

De bijzondere bij

De bijzondere bij

Met de smaak van aardbeien in je mond doezel je even weg. Je voelt de warmte van de zon op je huid. Heerlijk deze picknick! Nog even lekker wegdromen en dan…mmmm… een appel? Of liever een peer?

Als wetenschappers gelijk krijgen zou in de toekomst een heerlijke zomerse picknick als deze er wel eens heel anders uit kunnen zien. Dat komt door de achteruitgang van bestuivers zoals bijen.

De gevolgen van het verdwijnen van bijen zijn enorm. Dit zijn er een aantal:

  • minder groenten en fruit
  • je bord met eten wordt duurder
  • veel minder bloempracht – verlies van diversiteit
  • en tja… de bij is er niet meer

Wat is er aan de hand?

Vorig jaar was een Duits onderzoek heel erg in het nieuws: in de afgelopen 25 jaar is de hoeveelheid insecten met 75 % afgenomen. Deze cijfers gelden ook voor Nederland. Inzoomend op de bij (woordkeus niet bedoeld om grappig te zijn), zien we dat ook onze gevleugelde vriend bedreigd is. Van de 350 soorten (wilde) bijen staat meer dan de helft een lijst van soorten die dreigen te verdwijnen (de zogenaamde Rode Lijst).

Minder groenten en fruit

Appels, peren en aardbeien zijn allemaal vruchten die door bijen en andere insecten bestoven moeten worden. Zonder bezoek van bijen en de bevruchting van de bloem die daar op volgt ontstaat geen fruit of zaad. Maar ook ‘gewone’ landbouwgewassen zijn afhankelijk van de bestuiving door insecten. Denk aan prei, ui en tuinboon. “Plaats maar wat extra bijenkasten” denk je dan misschien. Helaas, dat gaat het niet oplossen. Juist de wilde bijen en zweefvliegen dragen fors bij aan bestuiving.

Het eten op je bord wordt duurder

Het is een kwestie van vraag en aanbod. Als er minder aanbod is van groente en fruit, dan wordt het duurder. “Mij heb je niet zomaar” denkt de mens, en verzint een andere manier om bloemen te bestuiven. We kunnen toch ook zelf met kwastjes onze landbouwgewassen bestuiven? Nou… goed gaat dat niet werken: insecten zijn veel efficiënter in bestuiven dan mensen. En al die mensen moet je ook nog eens loon betalen, dus dat eten wordt sowieso duurder.

Veel minder bloempracht – verlies van diversiteit

Bijen bestuiven natuurlijk niet alleen planten die wij kunnen eten. Ze spelen ook een belangrijke rol bij het bestuiven van wilde planten. In Nederland wordt zo’n 80% van de inheemse plantensoorten door insecten bestoven. Onwaarschijnlijk dat iemand al die planten met kwastjes gaat bestuiven… Grassen en andere planten die door de wind bestoven worden blijven in ons landschap over. Dat ziet er saai uit. Maar nog belangrijker: dieren en planten zijn onderling van elkaar afhankelijk, het ‘ecosysteem’ dat we hebben dondert in elkaar. 

De bij is er niet meer

Het lijkt in bovenstaande tekst bijna alsof het alleen om de mens draait. Maar de bij mag er toch ook zijn omdat de bij er mag zijn? Ze zijn er al 25 miljoen jaar. Kunnen we het ons verantwoorden dat wij mensen ervoor zorgen dat er geen bijen meer zijn?

Wat kun je zelf doen?

Veel wilde bijen hebben een specifieke voorkeur voor bepaalde soorten inheemse planten. Hoe diverser het landschap, hoe meer hoekjes met allerlei soorten bloemen hoe beter. Landbouwgif is een reden voor de achteruitgang. Kies dus voor gifvrije zaden en planten, biologisch dus.
Dus weg met de monotone veldjes, op naar een divers, bloeiend landschap.

Help door gifvrije inheemse planten te zaaien waar wilde bijen op afkomen.

Er zijn diverse aanbieders van inheems en biologisch zaad, zoals Cruydt-Hoeck. In onze bloembommen zitten zaadjes van bloemen waar bijen blij van worden, echter zitten hier ook nog zaadjes van exoten in. Dat kan dus beter! We experimenteren op dit moment met diverse mengsels inheems (bijen)zaad. Hopelijk kunnen we deze ook snel aanbieden in de winkel.

In volgende blogs gaan we verder in op wat je zelf kunt doen!

Wil je meer lezen?

De informatie uit deze blog komt uit: